Misschien heb je al wel een beeld bij wat een coping-mechanisme is, het wordt steeds vaker gebruikt. Er zijn veel definities te vinden, volgens de Psychology Glossary op alleydog.com is het: “Coping verwijst naar het menselijk gedragsproces, om om te kunnen gaan met eisen en stress, zowel intern als extern, in situaties die als bedreigend worden ervaren”. Het zijn dus de verschillende manieren die we gebruiken om te kunnen dealen met vaak traumatische, stressvolle of moeilijke situaties. 

Positieve en negatieve situaties als stress

Deze situaties in ons leven, zowel positief als negatief, kunnen psychologische stress opleveren. Dan kun je denken aan een echtscheiding, verlies van een baan, dood van een geliefde, beëindigen van een vriendschap en alle andere dingen die jou een naar gevoel opleveren. Maar dus ook postitieve gebeurtenissen als trouwen, een kind krijgen, een huis kopen en nog veel meer gebeurtenissen waar we blij van worden kunnen stress opleveren. Als reactie op deze stress ga je bepaalde gedachten, emoties en gedragingen creëren. Je gebruikt deze manieren dan om om te kunnen gaan met bijvoorbeeld eenzaamheid, woede of angst.

“Routine is part of coping”

Bij de een zijn de tegenslagen heftiger dan bij de ander, maar we hebben ze allemaal. Als je aan mensen gaat vragen hoe ze met tegenslagen omgaan, is het echter een ander verhaal. Iedereen gaat namelijk anders om met de stressvolle gebeurtenissen. Sommige mensen zullen zich niets meer herinneren van een nare gebeurtenis, terwijl het bij een ander nog exact op het netvlies staat.

“We have two strategies of coping; the way of avoidance or the way of attention – Marilyn Ferguson

Coping-mechanismen die je tijdens je jeugd eigen hebt gemaakt, gebruiken we in ons volwassen leven nog. Het gebruik van je kinder coping-mechanismen kan ervoor zorgen dat je minder goede sociale, cognitieve en emotionele coping-mechanismen voor het volwassen leven leert. Vaak zie je dan dat ook je gevoel van eigenwaarde lager is en het moeilijker voor je blijkt om met bepaalde situaties om te gaan (Briere, 2002).  

Welke mechanismen heb jij?

Het is dus heel waardevol om je eigen mechanismen te leren kennen, want ze zijn lang niet allemaal even handig. Sommige zijn zelfs destructief. Je hebt niet geleerd om op een goede manier met je emoties om te gaan. De mechanismen helpen je niet verder en leveren je vaak nog veel meer woede, angst en misschien zelfs wel depressieve gevoelens op. Een aantal coping-mechanismen staan hieronder op een rijtje. Herken jij jezelf erin?

  • Je gedragen als een kind. Als je in een lastige situatie komt kan het zijn dat je op een hele kinderlijke manier gaat reageren. Het kan zijn dat je het probleem niet rationeel kan bekijken en er dus automatisch vanuit je kind gereageerd wordt.
  • Projectie. Dan projecteer je jouw eigen onzekerheden, gedachtes en emoties op de ander. Dit komt vaak voor wanneer je iets doet wat eigenlijk niet mag of kan. Denk maar aan de uitdrukking; “Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten”. Je gaat misschien zelf net iets te ver in je gedrag naar het andere geslacht en beschuldigd vervolgens je partner van dit gedrag.
  • Het tegenovergestelde doen van wat je voelt, of je houdt je gevoelens in. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld je boosheid inslikken.
  • Passief-agressief gedrag. In eerste instantie lijkt het erop dat iemand zich normaal gedraagt en meewerkt, maar stiekem probeert hij of zij (onbewust) de boel te saboteren. Bijvoorbeeld achterbaksheid, te laat komen, klagen, vervelend gedrag en niet naar behoren presteren.
  • Blokkeren. Pijnlijke, traumatische herinneringen worden dan in je onderbewuste opgeslagen. Je wordt op deze manier beschermd tegen de pijnlijke emoties en gedachten die je anders zou hebben. Het is dus een beschermingsmechanisme.
  • Ontkenning. Dit gebruiken we veel. Het is een onvermogen om jezelf te kunnen uiten in hoe het echt met je gaat. Je ziet vaak zelf niet hoe slecht het eigenlijk gaat. Een voorbeeld is bijvoorbeeld iemand die (zichtbaar) tegen een burn-out aanzit, maar zelf vind dat het wel meevalt.
  • Weglachen. Hoe vaak probeer je niet met een grap en een grol je pijn te ontkennen. Heerlijk alles weglachen en op die manier denken het te relativeren.
  • Dissociatie. Als situaties te zwaar zijn om emotioneel mee om te kunnen gaan “vertrekken” we. Het is een toestand van verlaagd bewustzijn. Het is alsof je het niet zelf ervaart en uit je lichaam treedt. De gedachten, emoties en herinneringen die je hebt lijken niet van jezelf te zijn, ook wel depersonalisatie genaamd. Een voorbeeld is ook als je ineens ergens bent en niet weet hoe je daar gekomen bent. En de uitdrukking; “op zwart gaan” hoort hier ook bij. Maar ook dagdromen of andere vormen om in je hoofd, uit de realiteit te ontsnappen.
  • Bagatelliseren. Jezelf en anderen vertellen dat het probleem niet zo groot is, doen alsof het niet belangrijk is en niet zoveel voorstelt. Jezelf voorhouden dat het vanzelf wel goed komt, “er zijn ergere dingen in de wereld”. Dit is soms een erg destructief mechanisme, als je bijvoorbeeld het alcoholisme van je partner ondermijnd, terwijl het eigenlijk niet goed voor je is om in de relatie te blijven.

  • Validatie en status. Zoeken naar erkenning, indruk maken op anderen, laten zien wat je waard bent, zo hoog mogelijke doelen behalen, status en aandacht zoeken.
  • Slachtofferrol. Geeft zichzelf de schuld, piekert veel en twijfelt aan zichzelf.
  • Afhankelijkheid. Altijd vertrouwen op een ander. Gedrag van vastklampen, onderdanigheid, conflict vermijden of pleasen.
  • Manipuleren. Je eigen behoeften bevredigen door manipulatie, misleiding, verleiding en oneerlijk gedrag.
  • Rationaliseren. Niet aan jezelf durven toegeven wat er echt aan de hand is, omdat de werkelijkheid te pijnlijk is. In plaats daarvan ga je dingen voor jezelf goedpraten. Je gaat in een moeilijke situatie logische en positieve redenen verzinnen waarom het gebeurt. Je maakt hiermee de situatie minder erg dan hij daadwerkelijk is. Dit is soms een erg destructief mechanisme, als je bijvoorbeeld het alcoholisme van je partner minimaliseert terwijl het eigenlijk niet goed voor je is om in de relatie te blijven.
  • Obsessief orderlijk gedrag en controle. Je houden aan een strikte volgorde, strakke zelfbeheersing of juist een hoge mate van voorspelbaarheid door orde. Maar je kunt ook denken aan het overdreven vasthouden aan routines of ongepaste voorzichtigheid.
  •  Alcohol en middelen misbruik. Je wil niet voelen wat er voor pijn is en gaat dit dempen.
  • Eten, of juist stoppen met eten. Om pijn en emoties niet te hoeven voelen of niet te kunnen reguleren ga je jezelf belonen of afleiden met voedsel. Vaak is dit ongezond voedsel zoals te vet, te zout en teveel suiker.
  • Stimulatie zoeken. Denk hierbij aan het zoeken naar afleiding of spanningen in dingen zoals gamen, sex, winkelen, extreme sporten, thrills zoeken en gokken. Je gaat afleiding zoeken, om wat er vrijkomt als je de afleiding niet zou hebben te dempen en niet te hoeven doorvoelen.
  • Verslavingen. Het dempen en of onderdrukken van je emoties door bijvoorbeeld alcohol, medicijnen of andere verdovende middelen
  • Struisvogelgedrag. We kennen allemaal de uitdrukking wel; “Wat je niet ziet bestaat niet”. Bijvoorbeeld de rekeningen stapelen zich op maar je doet net of je het niet ziet. Denk ook aan uitstelgedrag.

“Problems are not the problem, coping is the problem – Virginia Satir

Als je dit hele lijstjes ziet, kun je veel van de coping-mechanismen associëren met een soort verslaving. Zoals de meeste gewoonten hebben coping-mechanismen een verslavende eigenschap. Je voelt een zekere mate van dwang en soms is het echt heel moeilijk om het te veranderen of te weerstaan. Deze coping-mechanisme zijn niet echt een bewuste keuze die je maakt, maar eerder een onbewuste gewoonten die je er van weerhoudt om met de stress en pijn om te hoeven gaan.

Laat een reactie achter